
Indienststelling na herstel met ketelvervanging, 24 september
2005 (foto: Marcl Vos)
Al in 1905 besloot de RTM over te stappen op een nieuw stoomlocomotieftype,
een drie-asser met standplaats voor machinist en stoker achter de ketel. Tot
dan stelde de RTM locs in dienst van het Breda-type, een type dat op veel stoomtramlijnen
in het land heeft dienstgedaan. Hierbij omsloot het machinistenhuis de gehele
locomotief en daardoor kreeg de loc het bekende vierkante (eigenlijk rechthoekig)
uiterlijk. Voor diensten op de zijlijnen waren deze locomotieven (serie 16-40)
prima, voor de zwaardere dienst schoten zij echter tekort. In 1905 werd de eerste
serie drie-assers met machinistenstandplaats achter de ketel afgeleverd (serie
1-6), gevolgd in 1908 door de serie 7-14, evenals de vorige gebouwd door Werkspoor
in Amsterdam. Henschel & Sohn te Cassel leverde in 1913 de serie 47-50.
Deze serie vertoonde slechts kleine verschillen in gewicht, ketelgrootte en
uiterlijk.
De locomotieven van de serie 47-50 werden voor de Tweede Wereldoorlog merendeels
gebruikt voor het trekken van de zware sneltrams (soms 14 rijtuigen en een paar
postbagagewagens) naar Oostvoorne. Ook waren zij een regelmatige verschijning
in Zeeland (depot Brouwershaven) tijdens de bietencampagne en in de Hoekse Waard.
Na de opheffing van de lijnen in de Hoekse Waard was het met de serie gedaan.
Loc 48 was de laatste die buitendienst ging van deze serie (1958), loc 50 (fabrieksno.
11722) mocht in 1957 meehelpen de lijnen in de Hoekse Waard op te breken waarna
ook zij buitendienst ging (augustus 1957).

loc 50 in de remise, augustus 1990 (foto: Marcel Vos)
Verslag van het het herstelproces
![]()
©
Museum 'STICHTING V/H ROTTERDAMSCHE TRAMWEG MAATSCHAPPIJ'