De voortgang tot nu toe
februari 2013:
De afgelopen drie maanden is er weer aardig doorgewerkt
aan de herbouw van loc 37. Allereerst werd door het bestuur de opdracht
verstrekt om het cilinderblok te gaan bouwen. Deze deelopdracht
omvat het cilinderblok zelf met de cilinderdeksels, alsmede de bakschuiven
en de schuifstangen. Het cilinderblok zal, in tegenstelling tot
het origineel, wat vervaardigd was van gietijzer, een gelaste constructie
worden. Uit stukken dikwandige pijp, plaat en blokken zal het worden
opgebouwd. Na het volledig aflassen zal het spanningsarm gegloeid
worden, om zodoende alle spanningen van het lassen er weer uit te
laten gaan. Dit is erg belangrijk omdat het blok ook warm wordt
van de stoom, welke kan oplopen tot 200 °C. in bedrijf. Door
deze temperatuur zouden vervorming plaats kunnen vinden. Na het
gloeien zullen de mechanisch bewerkingen plaats vinden om tot de
juiste afmetingen te komen.
In het begin van het jaar heeft de bouwer, Pieter
Slagter, de computerprogrammas Spaceclaim en Edgecam aangeschaft
voor het ontwerpen van onderdelen welke op de computergestuurde
draai- en fraisbank vervaardigd kunnen worden. De leverancier van
deze software, de firma
Widenhorn Industriele Automatisering uit Rhoon, heeft de RTM
het ontwerp softwarepakket Spaceclaim geschonken, zodat alles wat
wij nog moeten maken direct in dit programma getekend kan worden.
Pieter Slagter kan dan onze ontwerpen eenvoudig vertalen naar zijn
fraismachine. De consequentie hiervan was wel, dat alles wat wel
al getekend was, maar nog niet vervaardigd, overgetekend moest worden
in het nieuwe systeem. Dat hield mij weer een poosje van de straat,
maar het resultaat was zeer bevredigend. In een volgend verslag
zult u hopelijk de resultaten kunnen zien. Ondertussen werden de
laatste werkzaamheden aan de krukas, de loopas en de wielkernen
gedaan om deze te kunnen samenstellen. Toen dat allemaal gereed
was hebben we, nadat alles nog een keer gecontroleerd was, de wielbanden
om de kernen heen gekrompen. Een karwei dat spannender lijkt dan
het in werkelijkheid is. De RTM is al lang in het bezit van een
zgn. ringbrander om de wielband te verhitten tot een temperatuur
waarbij deze zover uitgezet is dat de wielkern, die iets groter
is dan het gat in de wielband waar hij in moet, er makkelijk in
past. Als dat het geval is laten we de wielkern in het gat zakken
en wachten tot de wielband is afgekoeld en zich zo om de wielkern
heen krimpt.
Enkele dagen later werd door de firma Linde gas 70
liter vloeibaar stikstof afgeleverd voor. Dit heeft een temperatuur
van -197 °C. Hiermee bereiken we met behulp van koude hetzelfde
als ik zojuist beschreef met warmte, maar dan omgekeerd. De krukas
en de loopas zijn iets groter dan het gat in de wielkern waar ze
in moeten. Door deze nu in de vloeibare stikstof te dompelen, zal
de as krimpen en kunnen we deze in het gat van de wielkern laten
zakken. Als de as dan weer op normale temperatuur komt, zal het
geheel vast zitten. Een koud kunstje. De krukpennen voor de koppelstangen
wilden we ook op deze manier doen, maar dat mislukte. Doordat de
naaf van het wiel zo koud was, was door de vorm van het omliggende
materiaal het gat ovaal geworden. Niet veel, maar net genoeg om
de pen er niet meer in te laten zakken. Dan moeten we die maar op
de ouderwetse manier persen.

november 2012:
In de zomer heeft niet veel zichtbaars plaatsgevonden.
Zelf was ik gedurende de rijseizoen in Ouddorp werkzaam en de bouwer
in het noorden had het zeer druk met spoedklussen. Elke keer als
hij aan de locomotief was begonnen, belde een klant op met een groot
probleem dat met de grootste spoed moest worden opgelost. Dus geen
onderdelen voor de loc in de fraisbank, maar de spoedklus.
Zo ging het de hele zomer door. Toch is er wel het
een en ander gebeurd. De keren dat ik zelf in het noorden was heb
ik kleine zaken opgepakt zoals de lantaarndragers. Deze heb ik gemaakt
en gemonteerd op de fronten van de loc. Ook dit detail geeft de
loc weer een "echter" gezicht. Ook heb ik een ophangbeugel
gemaakt voor de bel, die de bouwer op een moment van grenzeloos
enthousiasme heeft gekocht in een plaatselijke winkel voor scheepsbenodigdheden,
en deze gemonteerd op de loc. Het touwtje op de foto dient voor
de afstandbediening door de buren, het bevriende garagebedrijf,
om aan te kondigen dat de koffie klaar is.
Tijdens de zomer hebben we met het tractie- en werkplaatspersoneel
in Ouddorp een heleboel tekeningen doorgesproken. Deze gesprekken
en de al eerder teruggevonden originele tekeningen van Backer &
Rueb / Werkspoor hebben tot een aantal nieuwe inzichten geleid.
Daardoor hebben we een aantal details in de plaatsing van de aspotten
in de scheenpoorten aangepast. Op aanraden van de mannen in Ouddorp
worden er ook extra smeerkanaaltjes aangebracht in de aspotten.
Dit zijn details die niet goed naar voren komen in de oude tekeningen.
Zo zie je dat ervaring waardevol is.
Een ander punt van belang is dat we samen met de bouwer
een plan hebben gemaakt voor de bouw van het cilinderblok. Op verzoek
van het bestuur is hiervoor een "financieel vriendelijk stappenplan"
gemaakt. Hierdoor kunnen we, ook als de sponsoringen en giften niet
zo snel binnenvliegen, toch continuïteit in de bouw houden.
Interessant om te vermelden is het feit dat er in
ons museum in Ouddorp een in geelkoper gegoten nummer 7 lag. Uiteraard
afkomstig van de achterkant van het machinistenhuis van loc 7. Bij
nadere inspectie blijkt dit het zelfde lettertype te zijn als op
de vierkante loc's zat. Ook de afmeting, 20 cm hoog, klopte. Ik
heb de contouren van deze zeven nagetekend en overgetrokken in Autocad.
Dit bestandje heb ik aan de bouwer gegeven en hij heeft als proef
met de computergestuurde fraisbank een zeven gemaakt uit aluminium.
Het resultaat is verbluffend. Nu de drie nog...
Het meest recente is dat we gestart zijn met de montage
van een groot aantal onderdelen voor vering en trekwerk, welke al
geruime tijd klaar lagen, te monteren. Na een wat trage periode
gaan we weer gestaag verder.
Hopelijk zullen de financiën nu ook weer aangevuld gaan worden.

juni 2012:
In het afgelopen kwartaal heeft de nadruk gelegen
op de ketel. Met de firma Stork Thermeq zijn we tot overeenstemming
gekomen omtrent de bouw van de ketel voor lok 37. Stork heeft aangeboden
om de ketel te bouwen tegen zeer gunstige voorwaarden. Hierdoor
is het voor de RTM mogelijk om de ketel binnen het budget aan te
schaffen. Een belangrijke grote stap in het project van herbouw
van een vierkante lok. De ketel is het duurste enkele onderdeel
van de lok.
Het ontwerp van de ketel is gebaseerd op de ketels welke in het
recente verleden gebouwd zijn voor onze drie-assige loks. Twee daarvan
zijn inmiddels al meerdere jaren in gebruik. Deze ketels voldoen
uitstekend en het is daarom dat we voor dit project op de zelfde
weg doorgaan.
Uiteraard zijn de hoofdafmetingen van de ketel aangepast
aan de kleinere machine. Enkele details zijn nog verder vereenvoudigd
om de productie te vergemakkelijken en daardoor de kosten verder
te reduceren.
Uiteraard moet het ontwerp van de ketel gekeurd worden door een
"NoBo", een Notified Body, ofwel een onafhankelijke keuringsinstantie.
Vroeger was dit bij wet geregeld dat dit werd gedaan door de "Dienst
voor het Stoomwezen". Door de privatiseringsgolf in de negentiger
jaren is deze dienst opgegaan in Lloysd's Register. Een bedrijf
dat al heel lang ervaring heeft in het keuren van allerlei zaken
zoals schepen en industriële installaties.
Met Lloyd's Stoomwezen is een sponsoringovereenkomst afgesloten
om tegen zeer gunstige voorwaarden de formaliteiten te verzorgen.
Bij een zgn. "Ontwerpbeoordeling" wordt
gekeken naar de constructie. Deze moet uiteraard de inwendige druk
in de ketel kunnen weerstaan. Ook bij een temperatuur van 200 °C
welke bij een druk van 14,5 bar geldt. Ook alle gekozen materialen
moeten voldoen aan een goedkeuring. De lasmethode en zelfs de lasser
zijn aan strenge regels onderhevig en worden daarom ook gecontroleerd.
Zonder dit alles kan er geen toestemming verleend worden om de ketel
in gebruik te nemen. Wanneer de ketel helemaal gereed is en gemonteerd
met alle appendages en overige apparatuur volgt de zgn. "Keuring
voor Ingebruikname" waarbij alles nog eens wordt gecontroleerd.
Is dit allemaal in orde dan kunnen de kolen er in.
Voordat het zover is moet er nog heel wat gebeuren. Ook de financiën
zullen nog aangevuld moeten worden.

eind februari 2012:
De afgelopen drie maanden is er verder gewerkt aan
het machinistenhuis. Alle ramen zijn afgewerkt met halfrond profiel.
Ook de schortplaten hebben hun afwerking met dit profiel gekregen.
Het typische Backer & Rueb uiterlijk is nu duidelijk aanwezig.
De spanten voor het houten dak zijn gemaakt en gemonteerd. Deze
zijn demontabel omdat in een later staduim de ketel er door het
dak ingehesen moet worden. Dit is een "nadeel" van een
vierkante kar. Wij hopen dat echter maar één keer
te hoeven doen. Overigens is dit nu ook weer niet zo'n grote klus,
want de ketel weegt maar ongeveer 3000 kg.
Al met al betekent dit weer dat we een mijlpaal bereikt hebben.
De derde deelopdracht, zijnde het machinistenhuis, is gereed.
De eerste twee deelopdrachten wachten voor wat betreft hun afwerking
nog op de levering van de krukas. Dan kunnen de assen en de wielen
samengesteld worden, waarna de lagers pasgemaakt kunnen worden en
het geheel gemonteerd worden.
De bufferbalken zijn nu ook geheel van hun onderdelen voorzien en
geheel afgelast.
Al het laswerk aan het machinistenhuis en de bufferbalken is in
de menie gezet, hetgeen ook weer een fraai gezicht is.
Zelf ben ik verder gegaan met de onderhandelingen met de mogelijke
leverancier van de ketel. Enkele kleine wijzigingen werden besproken
welke hoofdzakelijk te maken hebben met de fabricage van de ketel.
Verder zijn er contacten gelegd met Lloyd's Register Nederland (voorheen
Stoomwezen) voor de "ontwerp beoordeling" van de ketel.
Een aanvraag om dit tegen "gunstige voorwaarden" uit te
voeren is gedaan.
Inmiddels zijn de tekeningen voor de kolenbak en de waterbakken
boven de voetplaat gereed en ter calculatie aan de bouwer overlegd.
Ook het remwerk is ter calculatie aangeboden.
U ziet, wij werken gestaag door. Als u er voor zorgt dat de fondsen
ook gestaag binnenkomen, gaat dit prachtige project lukken.

December 2011:
De laatste maanden is er niet heel veel fysiek gebeurd.
Veel onderdelen liggen al klaar om samengesteld te worden. Het wachten
doorvoor is op de krukas. Het bedrijf dat deze in opdracht heeft,
had te kampen met grote drukte aan spoedeisend werk, gecombineerd
met een interne verhuizing van een aantal machines. Als bij zo'n
bedrijf het werk over de schoenen loopt, kunnen wij wel even wachten.
Tijdens een bezoek aan Machinefabriek Krimpen in oktober lag de
krukas ruw voorbewerkt te wachten op rustiger tijden. Aan het machinistenhuis
werd verder gewerkt voor wat betreft de afwerking van de raamopeningen
met halfrond profiel. Zo wordt het uiterlijk van de lok steeds herkenbaarder.

Wat wel het vermelden waard is, is dat er afgelopen
zomer een groot aantal verloren gewaande tekeningen werden gevonden.
Het zijn een 90-tal originele bouwtekeningen van de lokserie 35-40.
De tekeningen zijn afkomstig van de Centrale Werkplaats aan de Kromme
Zandweg in Rotterdam. Wonderwel zijn de meeste tekeningen, daterend
uit 1905, nog in perfecte staat. Er was echter een aantal, waarschijnlijk
veel gebruikte, bij die inmiddels een puzzel geworden waren. Dat
betekende avonden puzzelen en restaureren met plakband. Deze tekeningen
bevatten een schat aan informatie die het nu een stuk gemakkelijker
maakt om bijvoorbeeld het mechaniek te bouwen. Op de samenstellingstekening
die in ons bezit is, zijn uitsluitend een aantal hoofdafmetingen
vermeld. Deze tekeningen echter vermelden alle details met maatvoering.
Ook maten ten behoeve van de samenbouw en afstelling van het mechaniek
zijn vermeld.
Van het cilinderblok worden bijvoorbeeld de maten van de verse-
en afgewerkte stoompoorten vermeld, alsmede de maatvoering van de
stoomschuif. Dit zijn cruciale gegevens voor de bouw. Op diverse
punten geven deze tekeningen antwoord op vragen waar wij met alleen
de samenstelling naar moesten gissen.

Ondertussen worden er ook nog besprekingen gevoerd
met een mogelijke bouwer van de ketel. Dit is een zorgvuldig proces
omdat we natuurlijk niet zo heel veel te besteden hebben.
Het is al een tijdje vrij stil rond de sponsoring en giften voor
de lok. De teller staat nagenoeg stil. Het zou mooi zijn als we
weer een substantiële aanwas van de fondsen voor dit unieke
project konden verwachten.
Wij doen er alles aan om de lok zo gunstig mogelijk te bouwen. U
kunt ons hierbij financieel steunen.
Voorjaar 2010:
In december 2009 werd aan een bedrijf in het noorden
van het land de eerste deelopdracht voor de herbouw van lok 37 gegeven.
Het eerste deel van de opdracht bestond uit het frame, waarin opgenomen
de waterbakken onder de voetplaat, de scheenpoorten, de complete
aspotten, veerhangers en veerpakketten. Nadat het materiaal besteld
en geleverd was, kon aan de samenstelling van het frame worden begonnen.
Alle platen voor het frame zijn volgens tekening door de leverancier
op maat uitgebrand, zodat deze direct gebruikt konden worden. Het
frame wordt op z'n kop gebouwd. Dit werkt makkelijker omdat de voetplaat
één vlak is. Allereerst werden de verschillende delen
van de voetplaat op een bouwvloer van H-balken gelegd en werden
de scheenplaten met de bufferplaten gesteld en gehecht. Daarna volgden
de leierplaat en de keteldraagplaat. Vervolgens de waterbakken met
schortplaten, slingerschotten en verbindingspijpen. Hierna kon worden
begonnen met aflassen. Het frame is nu geheel afgelast en is gereed
om gekeerd te worden. De veerhangers zijn gereed. De scheenpoorten
worden samengesteld en afgelast, waarna de pasvlakken nog bewerkt
worden.

Bestuurslid Sam de Haan plaatst het eerste zijschot

Laswerk bij het maken van de scheenpoorten
Zomer 2010:
Was het frame in juni geheel afgelast, nu zijn alle
lasnaden in de menie gezet om corrosie tegen te gaan. Er werd verder
gewerkt aan de scheenpoorten. Hier zat veel stelwerk in omdat de
voorzijde schuin is voor de zogenaamde potspie. Dit is een keg welke
nodig is om de aspotten te kunnen stellen bij eventuele slijtage
van de schenen of de potten zelf. Voor dit stellen werden eerst
de potspieën zelf gemaakt, om zo de juiste hoek voor de schuinte
te kunnen overnemen. Er zat ook veel laswerk in. We hadden de scheenpoorten
ook kunnen laten gieten, maar dan waren we veel extra kosten kwijt
voor het maken van twee mallen. Tenslotte werden de scheenpoorten
op de freesbank bewerkt om zuivere pasvlakken te verkrijgen.
De veerhangers waren reeds gereed en nu zijn ook de
veerpaketten geleverd door een fabrikant van bladveren. Het geheel
ziet er goed uit. Ondertussen werd een aanvang gemaakt met het freesen
van de aspotten. De sluitstukken voor de aspotten zijn ook reeds
gereed.
In juli werd van het bestuur groen licht gekregen
voor de tweede fase, n.l. de assen met wielen. Ook hier wordt reeds
aan gewerkt. Nadat het materiaal geleverd was, kon worden begonnen
met het draaien van de loopas en de krukpennen voor de koppelstangen.
De krukas zal binnenkort besteld worden, terwijl de wielbanden al
besteld zijn. Dit omdat deze uit Zuid-Afrika moeten komen en er
vanwege de kosten gewacht wordt op nog een zending van daar naar
Nederland. De spaakwielkernen zullen uit plaat gebrand worden en
binnenkort worden besteld.
Zoals u weet werd het frame ondersteboven gebouwd.
In augustus kwam het moment om dit te keren. Met behulp van de bovenloopkraan
in de hal en de heftruck om de zaak tegen kantelen te behoeden was
dit in iets meer dan een uur geklaard en staat de lok nu op zijn
pootjes.

1 van de veren

In augustus werd het frame gekeerd

Het stalen huis van een aspot
Najaar en winter 2010:
Allereerst werden de onderdelen van het stoot- en
trekwerk, die uit Ouddorp naar het noorden zijn gebracht, opgemeten
en op tekening gezet, om de aanvullende onderdelen te kunnen maken.
De tekening van de krukas is op enkele punten bijgewerkt en met
een opdracht naar de leverancier gezonden. Deze zal in het begin
van 2011 geleverd worden.
Tastbaar zijn de spaakwielkernen, welke uit plaat van 110mm gebrand
werden, zij zijn inmiddels geleverd en liggen klaar om verder bewerkt
te worden.
Met het vervaardigen van de aspotten werd gestadig doorgegaan. De
stalen huizen waren al enige tijd gereed, en inmiddels zijn de bronzen
boven- en onderschalen gereed. De bovenschalen moeten nog voorzien
worden van witmetaal, zgn. "babbits". Dit is een legering
van tin, antimoon en koper en heeft de eigenschap dat het een zeer
lage wrijving levert. De onderschalen moeten nog van smeerkussens
voorzien worden. Deze zorgen ervoor dat de onderzijde van de as
voorzien wordt van olie om zo drooglopen van het lager te voorkomen.
Begonnen is met het monteren van de scheenpoorten. Daarin de assen
worden gemonteerd en die moeten natuurlijk zuiver recht en evenwijdig
in de machine komen te zitten. Het is vooral een kwestie van meten,
meten en nog eens meten. Wanneer de scheenpoorten gemonteerd zijn,
kunnen we verder met het monteren van de veerhangers en de veerpakketten.
Als het stoot- en trekwerk dan gemonteerd is dan gaat het er al
echt op lijken.
In overleg met het bestuur is begonnen met het specificeren
van de opbouw van de lok. Dat wordt de volgende stap.

De spaakwielen zijn inmiddels geleverd
september 2011:
Op de pagina "fotoverslag" heeft u al kunnen
zien dat de lok een gezicht begint te krijgen. Dit gezicht wordt
steeds meer gedetailleerd en herkenbaar. Zo zijn de onderdelen voor
het stoot- en trekwerk op de bufferbalk gemaakt en gemonteerd op
de lok. De bevestigingsogen voor de noodkettingen en de zgn. herspoorsteunen
zijn gemonteerd. Een plaat voor de buffer is eveneens gemonteerd.
Het machinistenhuis, dat eigenlijk over de gehele lok heen staat,
is inmiddels geplaatst en wordt van details voorzien. Zo worden
langs alle openingen in de zijwanden en de voor- en achterwand halfrond
profiel gemonteerd. Dit geeft de lok ook weer meer karakter. Aan
de binnenzijde van het machinistenhuis zijn de verstevigingen aangebracht
om het geheel vormvast te maken. Langs de openingen in de zijwand
zijn hoekijzers gemonteerd om de houten schotten voor de winterdag
in te hangen. Uit de voorraad onderdelen in Ouddorp werden twee
lantaarnhouders voor de sluitlantaarns meegenomen. Deze zijn inmiddels
gemonteerd.

Eerder is al gemeld dat de bovenschalen van de aspotten waren ingegoten
met babbit (witmetaal). Deze zijn nu ruw op maat gekotterd en van
een oliekamer en toevoer voorzien. Als de krukas geleverd is dan
kunnen de lagers pasgeschraapt worden.
Voor de smering van de lagers moet in de onderschaal een zgn. smeerkussen
worden gemonteerd. Dit is een wollen geweven stukje hoogpolig tapijt
met aan de onderzijde zgn. likdraden die in een bad olie in de onderschaal
hangen. Dit heeft tot doel om de smering van de lagers te allen
tijden te garanderen, ook als de oliepot leeg raakt. Deze kussens
zijn een aantal jaren geleden door het Weverij Museum in Geldrop
gemaakt., de enige plaats waar deze kennis nog aanwezig is. In Ouddorp
hebben we hier gelukkig een hoeveelheid van in voorraad. Dat we
in Ouddorp niet snel iets weggooien kwam mooi van pas, want tussen
de oude spullen werd nog een heel oud smeerkussen gevonden van een
loc. Dit kon mooi als voorbeeld dienen voor het stalen karkas waarop
het kussen bevestigd wordt.
De krukas is bij de leverancier inmiddels grof voorbewerkt en daarna
gegloeid. Dit is nodig om spanningen die in het materiaal zitten
eruit te krijgen. De krukas wordt namelijk zeer zwaar en wisselend
belast. Het risico van een krukasbreuk is groter indien hij niet
goed uitgegloeid is. Hij moet nu nog op maat gedraaid worden en
daarna geslepen. Dat kan nog wel even duren, want het is zeer druk
met spoedklussen bij het bedrijf.
|